MICHEL VAN DAMME - CHRISTIAN VAN DAMME - SOPHIE DELAERE, Geassocieerde notarissen te Sint-Andries (Brugge)

 

MICHEL VAN DAMME - CHRISTIAN VAN DAMME - SOPHIE DELAERE

Geassocieerde notarissen te Sint-Andries (Brugge)

Welke kosten worden mij als (ver)huurder aangerekend?

31 december 2018

Als huurder wil je het liefst van al een goeie verstandhouding hebben met je huisbaas. Dat is niet altijd vanzelfsprekend, vooral niet als er sprake is van bepaalde kosten aan de woning. De nieuwe regelgeving rond huur in Vlaanderen, dat vanaf 1 januari 2019 in werking treedt, geeft partijen alvast wat meer duidelijkheid door naast een algemeen principe ook een limitatieve lijst te voorzien die een aantal kosten opsomt die verdeeld worden tussen de verhuurder en de huurder. Daarnaast voorziet de regelgever ook een aparte lijst met herstellings- en onderhoudskosten. Partijen kunnen onderling uiteraard ook afspreken om de regeling rond de verdeling van de (herstellings)kosten anders toe te passen.

Wat de kosten betreft is de algemene regel dat de huurder moet instaan voor alle kosten die verbonden zijn aan het ‘gebruik’ van de woning. Men denkt hierbij aan verbruikskosten in het kader van elektriciteit, stookolie/aardgas, water… De aankoop en vervanging van de meters om het verbruik te kunnen opmeten zijn echter voor rekening van de verhuurder. Schoonmaakkosten van de gemeenschappelijke delen vallen daarentegen weer voor de huurder. De kosten voor de conciërge zijn voor het grootste deel (75%) ten laste van de huurder, maar een deeltje is ook ten laste van de verhuurder.

 Sommige kosten die zowel betrekking hebben op het gebruik van het gebouw als het in stand houden van het gebouw, worden procentueel verdeeld tussen de verhuurder en de huurder. Zo draagt de huurder voor 34% de kosten voor de werking van de syndici (bij appartementen), terwijl de verhuurder 66% voor zijn rekening neemt. Een gelijkaardige regeling geldt voor de kosten die verbonden zijn aan een lift. Het onderhoud en de herstelling van de lift valt in principe onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder, maar bepaalde onderdelen waarvan de vervanging of de herstelling te wijten is aan het gebruik en die daarom periodiek moeten gebeuren, vallen ten laste van de huurder.

Wie de kosten draagt van een herstelling hangt af van de vraag hoe groot of klein deze herstelling is. Kleine herstellingen zijn immers ten laste van de huurder. Ook hier wou de wetgever duidelijkheid geven door een aparte lijst op te stellen die een aantal herstellingen opsomt die hoe dan ook te definiëren zijn als kleine herstellingen. Opnieuw vermelden we dat de partijen vrij zijn om hierover onderling afspraken te maken. Voorbeelden van kleine herstellingen zijn onder meer het vervangen van batterijen van rookmelders in de gemeenschappelijke delen, het herstellen van defecte sloten, het herstellen en vervangen van defecte lampen, stopcontacten en (licht)schakelaars…

De verhuurder woont niet in de woning, en is dus niet altijd op de hoogte van de noodzaak om bepaalde herstellingen uit te voeren. Daarom rust op de huurder de verplichting om de verhuurder op de hoogte te brengen van herstellingen de nodig zijn. Als de huurder deze meldingsplicht niet respecteert, is de schade die daaruit voortvloeit voor zijn rekening. Merkt een huurder bv. bepaalde vochtplekken op in het pand, dan moet hij dit tijdig melden aan de verhuurder. Vochtplekken wijzen mogelijks op diepgaandere vochtproblemen en kunnen grote schade tot gevolg hebben… met alle financiële gevolgen van dien.

Een gewaarschuwde huurder …

Bron: Fednot